
Dribbelen is een van de belangrijkste vaardigheden die je een voetballer al op jonge leeftijd kunt leren. Het is een basis die altijd blijft en waar ze de rest van hun voetballeven profijt van hebben.
Met een paar eenvoudige oefeningen blijven ze gefocust en gemotiveerd, en hebben ze er ook nog veel plezier in.
6 effectieve dribbeloefeningen voor meer balcontrole
Goed leren dribbelen is een basisonderdeel van voetbal dat veel verschil maakt in hoe je kind speelt. Hier zijn zes eenvoudige, leuke en effectieve dribbeloefeningen waarmee je kind de bal beter onder controle krijgt en meer zelfvertrouwen aan de bal krijgt.
1. Dribbelen langs een rij pionnen

Bij dribbelen draait alles om de bal dicht bij je houden zonder de controle te verliezen.
Zet 5 tot 10 pionnen in een rechte lijn, met ongeveer 60 tot 90 cm tussen elke pion. Zo heeft je speler genoeg ruimte om er tussendoor te dribbelen.
Zo werkt de oefening
Laat de speler bij de eerste pion beginnen.
Op het fluitsignaal dribbelt de speler tussen de pionnen door en houdt de bal kort aan de voet.
Laat de speler zowel de binnenkant als de buitenkant van de voet gebruiken om om de pionnen heen te gaan.
Bij de laatste pion neemt de speler de bal onder controle, draait met de bal en sprint terug naar het begin.
Waarom deze oefening?
Je speler leert de bal dicht bij zich te houden met kleine tikjes. In een wedstrijd draait dribbelen om controle: de bal mag niet te ver van je voet raken.
De oefening vraagt focus en concentratie, en dat is vooral goed voor spelers onder de 10 jaar.
2. Gecontroleerd dribbelen 1 tegen 1
Dribbelen tussen pionnen is goed voor de balcontrole, maar met een tegenstander erbij gaat je speler nog sneller vooruit.
Zet met pionnen een vak uit op het veld of in de tuin (ongeveer 15 bij 15 meter, afhankelijk van je ruimte en de leeftijd van de spelers). Zet aan beide kanten een doeltje neer en leg de bal in het midden.
Zo werkt de oefening
Dit is een duel 1 tegen 1 tussen twee spelers. De bal ligt in het midden en beide spelers mogen beginnen.
De speler met de bal probeert langs de tegenstander te dribbelen en te scoren. Na een doelpunt krijgt de andere speler de bal en is die aan de beurt.
Waarom deze oefening?
Laat je spelers deze oefening echt fel spelen: op volle snelheid en met volle inzet.
Je speler speelt tegen een echte tegenstander en krijgt zo gevoel voor het tempo van een wedstrijd. Let erop dat ze de bal goed onder controle houden en zoveel mogelijk dribbelen voordat ze scoren.
Komt een speler steeds makkelijk langs de tegenstander en scoort hij elke keer? Maak het veld dan kleiner of zet er, als dat kan, een extra tegenstander bij.
3. Dribbelen, aanvallen en scoren

Een prima oefening als je geen pionnen hebt, maar wel een voetbaldoel en minstens vier spelers. Een goede dribbelaar weet wat hij moet doen als er een tegenstander op hem afkomt.
Zet twee spelers als verdedigers neer, de een achter de ander. Daarachter staat de keeper.
Zo werkt de oefening
Eén speler (de aanvaller) begint met de bal op de middenlijn en dribbelt richting het doel. Zodra de aanvaller bij de verdedigers komt, mogen die zijwaarts bewegen om te voorkomen dat hij erlangs dribbelt.
Komt de aanvaller langs de verdedigers, dan mag hij op doel schieten.
Pakken de verdedigers of de keeper de bal af, dan gaat de aanvaller terug naar het begin en start de oefening opnieuw.
Na elke beurt kun je spelers wisselen en van positie laten ruilen.
Waarom deze oefening?
Om je heen kijken hoort bij dribbelen. Beginnende spelers kijken tijdens het dribbelen vaak naar de bal. Deze oefening leert ze hun hoofd omhoog te houden, zodat ze verdedigers zien aankomen en weten waar ze met de bal heen moeten.
Leer je speler om op te kijken en van richting te veranderen zodra er een verdediger aankomt.
4. Dribbel-knock-out
Een van de beste dribbeltips die we kunnen geven: zorg dat kinderen plezier hebben terwijl ze leren. Deze oefening is leuk en competitief, en ze leren er ook nog belangrijke vaardigheden van.
Zet met pionnen een speelveld uit. Hoe groot hangt af van het aantal spelers.
Zo werkt de oefening
Elke speler krijgt een bal en dribbelt door het speelveld. Ondertussen probeert iedereen de ballen van de anderen buiten het veld te trappen.
Wordt jouw bal uit het veld getrapt, dan ga je buiten het veld staan en ben je af tot er een winnaar is.
Trapt of dribbelt een speler zijn eigen bal buiten het veld, dan is hij ook af voor de rest van de ronde.
Waarom deze oefening?
Spelers strijden tegen elkaar en hebben plezier, in een wat ontspannener sfeer.
Ze werken aan balcontrole en leren om zich heen te kijken, terwijl ze met snelheid en intensiteit spelen. Komt de bal te ver van hun voet, dan weten ze dat een ander hem zo weg kan trappen.
Een leuke warming-up of beloningsspel voor jongere spelers.
5. Dribbelestafette

Spelers samen laten werken aan één doel is goed voor de teamgeest en het zelfvertrouwen.
Zet twee rijen pionnen naast elkaar neer, met ongeveer 60 tot 90 cm tussen de pionnen. Je kunt de afstand groter of kleiner maken, afhankelijk van het niveau van de spelers.
Verdeel het team in twee gelijke groepen. Elk team start aan het begin van een rij, met één bal per team.
Zo werkt de oefening
Op het fluitsignaal dribbelt de eerste speler van elk team tussen de pionnen door. Aan het eind keert hij met de bal en dribbelt weer terug door de rij.
Terug bij het begin speelt hij de bal met een kort passje naar de volgende speler, die hetzelfde doet.
Het team waarvan alle spelers als eerste klaar zijn, wint. Slaat een speler een pion over of verliest hij de bal, dan moet hij terug naar de plek waar het misging.
Waarom deze oefening?
Samenwerken is belangrijk in voetbal. Bij deze oefening moedigen spelers elkaar aan en hebben ze zin in de strijd.
Ze leren ook gevoel en controle aan de bal. Let erop dat ze de bal dicht bij zich houden, kleine tikjes geven en zowel de binnen- als de buitenkant van de voet gebruiken.
6. Stoelendans met pionnen

Je spelers leren om op te kijken is een van de belangrijkste lessen die je ze kunt geven. Jonge spelers staren tijdens het dribbelen vaak naar de bal, en dat maakt het lastig in een wedstrijd.
Zet pionnen kriskras door het speelveld. Zorg voor één pion minder dan het aantal spelers. Heb je zes spelers, zet dan vijf pionnen neer.
Zo werkt de oefening
Iedereen krijgt een bal en je fluit. De spelers dribbelen door het speelveld, houden de bal dicht bij zich en blijven in de buurt van het startgebied.
Fluit je opnieuw, dan dribbelt iedereen naar een pion en probeert die met de bal om te schieten.
Wie geen pion omver krijgt, ligt er die ronde uit en mag buiten het speelveld verder dribbelen.
Waarom deze oefening?
Spelers leren tijdens het dribbelen op te kijken en om zich heen te kijken. Ze moeten weten waar de dichtstbijzijnde pion staat, zodat ze een plan hebben als je fluit. Dat lukt niet als ze alleen naar de bal kijken.
Veelgestelde vragen
Hoe oefen je dribbelen?
Je dribbelt beter door regelmatig te oefenen. Let op drie dingen: de bal dicht bij je houden, kleine tikjes geven en blijven opkijken.
Wat zijn de vier soorten dribbels in het voetbal?
De vier bekendste soorten zijn de lage dribbel, de snelheidsdribbel, de dribbel met tempowissel en de crossover-dribbel.
Hoe word je sneller aan de bal?
Sneller dribbelen draait om zelfvertrouwen en controle. Begin met controle en concentratie, de snelheid komt vanzelf. Gaat het beter, voeg dan andere onderdelen toe aan de dribbeloefeningen, zoals afwerken of voorzetten. Handig als je een voetbaldoel met net hebt staan.
Tot slot
We hopen dat je met deze dribbeloefeningen je spelers beter kunt leren de bal onder controle te houden. Als je weet hoe je dribbelen aanleert, merk je dat meteen aan hoe je spelers voetballen.
Blijf consequent, heb geduld en zorg vooral dat het leuk blijft.Wil je deze oefeningen thuis doen? Met een Open Goaaal 3-in-1 voetbaldoel met rebounder heb je een complete trainingsplek in je tuin: schieten, missen, en de bal komt meteen terug.
Meer verhalen
7 wendbaarheidsoefeningen voor voetbal die je overal doet
