Een goede warming-up maakt het lichaam klaar voor de inspanning. Spelers zetten hun hoofd alvast op wat komen gaat.
Een warming-up heeft veel voordelen. Je verkleint de kans op blessures, de lichaamstemperatuur gaat omhoog, spelers zijn scherper, de beweeglijkheid neemt toe en hart en longen komen op gang.
Kinderen hebben een warming-up nodig voor een training of wedstrijd. Het is ook een mooi moment om een vaardigheid of techniek te introduceren.
De beste warming-ups voor verschillende leeftijden
1. Passen als warming-up
Bij deze warming-up werken je spelers aan aannemen en passen, en ze krijgen veel balcontacten. Verdeel je team in tweetallen met één bal per tweetal.
Zet met pionnen een passtrook van ongeveer 4,5 meter breed uit, met zo'n 9 meter tussen de spelers.
Zet daarna een pion in een andere kleur op ongeveer 4,5 meter van de passtrook, zodat er een driehoek ontstaat. De spelers gaan tegenover hun partner aan de andere kant van de passtrook staan. Ze beginnen met passen in twee keer raken, blijven in beweging en staan op hun voorvoeten.

Doel
Deze dynamische warming-up past bij alle leeftijden en leert spelers goed passen en aannemen. Een pass gaat veel sneller dan een dribbel. Daarom is passen zo belangrijk voor kinderen die beter willen worden.
2. Haaien en visjes
Haaien en visjes is een bekend schoolpleinspel dat je makkelijk ombouwt tot een leuke oefening. Iedereen heeft een bal, behalve minstens twee haaien. De visjes, de spelers met een bal, moeten de bal onder controle houden.
Willen ze niet gepakt worden door de haaien, dan houden ze de bal kort aan de voet.
Zet met pionnen een speelveld uit van ongeveer 18 bij 18 meter. Hoe groot je het maakt, hangt af van het aantal spelers.
Bij de start staan de haaien in het midden en de visjes aan één kant van het veld.
De visjes dribbelen naar de overkant zonder dat de haaien de bal afpakken en uit het vak trappen.
Wordt de bal uit het vak getrapt? Dan kun je een kleine 'straf' bedenken die een speler eerst moet doen voordat hij weer mag meedoen.

Doel
Bij Haaien en visjes leren spelers goed voetenwerk en houden ze de bal onder controle. Het is een geweldige oefening voor spelers onder 6 jaar omdat het zo leuk is en hun aandacht vasthoudt. Oudere kinderen kunnen deze oefening ook prima doen, maar jongere kinderen vinden hem meestal leuker.
3. Voetbal-boter-kaas-en-eieren
Bij deze leuke warming-up leren je spelers goede keuzes maken onder druk.
Zet twee pionnen neer als startpunt, ongeveer 3 meter uit elkaar. Maak met pionnen een boter-kaas-en-eierenbord op zo'n 9 meter van de startpionnen.
De eerste drie spelers van groep één krijgen een geel hesje, de eerste drie van groep twee een rood hesje.
De eerste speler van elke rij sprint naar het bord en legt zijn hesje in een van de vakken.
Daarna sprint hij terug, tikt de volgende speler af en die rent naar het bord om hetzelfde te doen. Als speler drie het laatste hesje heeft gelegd, kijk je welk team heeft gewonnen.
Is er nog geen winnaar? Dan tikken de spelers de volgende af en mag speler vier naar het bord.
Speler vier heeft geen hesje. Hij rent naar het bord en verplaatst een van de hesjes in zijn kleur naar een vrij vak. Zo gaat het door tot een team wint. Je kunt doorspelen tot een team vijf keer heeft gewonnen.

Doel
Met voetbal-boter-kaas-en-eieren leren je spelers goede keuzes maken onder druk en samenwerken.
4. Rondo in een cirkel
Rondo in een cirkel is een prima warming-up voor een wedstrijd. Zet met pionnen een cirkel uit met een doorsnee van ongeveer 9 meter. Zet twee verdedigers in de cirkel. De andere spelers staan op gelijke afstand van elkaar rond de cirkel.
Een speler aan de buitenkant begint met een pass naar een andere speler aan de buitenkant. De buitenspelers proberen de bal in de ploeg te houden zonder dat de verdedigers hem veroveren.
De verdedigers bewegen in de cirkel om passlijnen af te sluiten en de bal af te pakken. Gaat de bal verloren aan een verdediger, door een slechte aanname of een slechte pass, dan wisselt de speler die de fout maakte van rol met een van de verdedigers.

Doel
Met deze rondo leren je spelers de bal in de ploeg te houden. Ze leren vooruit denken, zodat ze meteen klaarstaan voor de volgende actie. Je kunt zo creatief zijn als je wilt met deze oefening.
5. Dribbelen in een acht
Met dribbelen in een acht frissen je spelers de basis op. Maak twee vakken van ongeveer 4,5 bij 4,5 meter, met zo'n 4,5 meter ertussen.
Zet in het midden twee stokken op ongeveer 3 meter van elkaar. Zet daarna een pion aan het einde van elk vak, zodat er een vijfhoek ontstaat. Eén speler begint met een bal tussen de stokken.
Laat spelers de oefening één minuut doen en dan wisselen met een partner. Afhankelijk van je groep kun je meerdere parcoursen neerzetten.
Een speler dribbelt in een acht tussen de stokken door en om de pionnen heen. Er zijn geen regels voor hoe hij dribbelt.
Gaat hij naar links, dan dribbelt hij met de buitenkant van zijn linkervoet. Gaat hij naar rechts, dan gebruikt hij de buitenkant van zijn rechtervoet.
Dribbelt je speler naar links, dan mag hij ook de binnenkant van zijn rechtervoet gebruiken.

Doel
Dribbelen in een acht draait vooral om dribbeltechniek. Je spelers leren hun tempo te doseren, de bal kort te houden en de bal te sturen met de binnen- en buitenkant van de voet, met het hoofd omhoog.
6. Zigzag dribbelen
Bij zigzag dribbelen werken spelers aan snel dribbelen met de binnenkant, buitenkant en zool van de voet. Zet pionnen in een zigzag, ongeveer 4,5 meter uit elkaar. Het parcours is zo'n 18 meter lang. Je spelers staan met een bal in de rij bij de laatste pion.
De eerste speler dribbelt zigzaggend om de pionnen. Aan het einde sprint hij het hele parcours terug naar de rij. Laat de spelers de zigzag een paar keer doen, zodat ze eraan wennen.
Naar rechts dribbelen ze gewoon. Naar links rollen ze de bal mee met de zool van de rechtervoet. Draai het daarna om: naar links gewoon dribbelen, naar rechts de bal meerollen met de zool van de linkervoet.

Doel
Bij zigzag dribbelen leren spelers dribbelen op snelheid en de bal beheersen. Ze leren dribbelen met de binnenkant, buitenkant en zool van de voet.
Je kunt de oefening uitbreiden met een doel aan het einde, zodat de kinderen na de dribbel afronden. Bekijk onze voetbalrebounders om de bal in het spel te houden. Zo ben je geen tijd kwijt met ballen terughalen.
7. Pak me dan
Voor 'Pak me dan' zet je een vak uit van ongeveer 9 bij 9 meter. Zet twee spelers met een bal op twee diagonale hoeken van het vak. Roep 'GO' om te beginnen.
De spelers dribbelen rond het vak en proberen hun partner in te halen. Roep je 'STOP', dan zetten ze de bal stil. Roep je 'DRAAI', dan dribbelen ze de andere kant op.

Doel
Met deze oefening verbeteren je spelers hun dribbel, en het is meteen een leuke wedstrijd. Ze leren sneller dribbelen en de bal toch onder controle houden.
8. Ruim je kamer op
'Ruim je kamer op' is een leuk warming-upspel voor spelers van 5 tot 8 jaar. Maak een vak van ongeveer 14 bij 14 meter. Pas de grootte aan op het niveau en het aantal spelers. Eén speler mag de kamer opruimen.
Die speler is de verdediger en trapt alle ballen uit het vak. Behalve de opruimer heeft iedereen een bal. Laat je spelers door het vak dribbelen.
Stuur dan de opruimer het vak in om ballen af te pakken van de dribbelende spelers. De opruimer trapt de bal uit het vak, en de spelers moeten hun bal snel terughalen.
Zijn alle ballen uit het vak, dan is de kamer opgeruimd.

Doel
'Ruim je kamer op' draait om dribbelen onder druk. Je traint er ook druk zetten mee, alleen of in een klein groepje.
9. Vul de emmer
Voor 'Vul de emmer' heb je twee teams van drie spelers nodig. Leg aan beide uiteinden van het veld drie ballen klaar. Elk team heeft een emmer: een klein vak in het midden van hun lijn. Twee spelers beginnen aan het ene uiteinde, de derde speler aan het andere.
Op een signaal dribbelen de spelers één voor één met een bal naar het midden en leggen hem in de emmer. Daarna rennen ze naar het andere uiteinde en tikken daar de volgende speler af. Die is dan aan de beurt. Het team dat als eerste alle zes ballen in de emmer heeft, wint.

Doel
Bij 'Vul de emmer' leren spelers de bal zo kort te houden dat ze hem altijd kunnen stoppen. Ze leren ook op volle snelheid te sprinten en toch op tijd te stoppen.
10. Passcombinatie in een lijn
Zet voor deze passoefening vier pionnen langs de zijlijn, ongeveer 9 meter uit elkaar. De speler bij een van de buitenste pionnen begint met de bal. Speler één passt naar speler twee, die de bal terugspeelt.
Speler één passt dan naar speler drie, die de bal teruglegt op speler twee. Speler twee passt naar speler vier, die de bal teruglegt op speler drie. Speler drie passt naar speler vier, die terugspeelt naar speler twee.
Dit patroon herhalen de spelers terwijl ze in een rechte lijn over het veld naar voren gaan.

Doel
Met deze warming-up werken spelers aan naar voren spelen. De nadruk ligt op loopacties, de timing van de pass en combinatiespel.
Tot slot
Jeugdspelers hebben een goede warming-up nodig om scherp te zijn en blessures te voorkomen, voor een wedstrijd en voor een training. Met deze oefeningen worden je spelers beter en hebben ze er ook nog plezier in.
Wil je deze oefeningen thuis doen? Een Open Goaaal 3-in-1 voetbaldoel met rebounder geeft je een complete trainingsplek in je eigen tuin. Schieten, missen, en de bal komt meteen terug.
Meer verhalen
De 7 beste voetbaloefeningen voor 8-jarigen